Eindeloos als een visser die nooit een visje vangt....
De kroegen die hier het klaaggezelschap gemoederen
De horizon die bij zonnig weer zelfs niet zo fleurig lijkt
Mensen die hier jaren wonen
hun vooruitzichten zijn zienderogen koolzwart
Weekhartig zijn alle kinderen...
Zeur niet mijn kind zeur niet, de gewaagde wind verjaagt het klagen kind
want zelden ragt de spin een web waar de wind de baas van is
Oh heb je het gehoord, is er een oor van het staatsbelang...
Doel zijn hart, zijn schoner hart, mag het gene dat nog rest nog blijven
en herleven als een visser die na jaren zijn eerste visje weer vangt
De kroegen die hier het praatgezelschap herbeleven
De horizon die zijn kleuren eens zo hard weergeeft in mensenharten
Mensen die hier jaren wonen
hun vooruitzichten zijn weer zienderogen hemelsblauw
Hartverwarmend zijn alle kinderen...
Geen angst mijn kind geen angst, de milde wind verdraagt het oude klagen kind
want heden lacht de vlinder zijn stralende kleuren bloot


Sprookjeshart